Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou het^ zegt Dr. Kuyper,met den besten wil ook niet kunnen doen. De Hervorming toch heeft het leergezag en hiermede de eenheid van de Kerk prijsgegeven.

Het was kort en goed eene illusie van de vaderen dat die eenheid langs anderen weg beter kon worden gehandhaafd dan in de Roomsche Kerk geschiedde (n° ii 86).

De confessie stamt uit een tijd waarin men deze illusie nog niet had prijsgegeven (n° 1185; 1187).

Met die illusie is nu, evenwel, ook het allerlaatste verdwenen dat vóór de in Artikel XXXVI neergelegde opvatting van de vaderen pleit. Men had de eenheid, d. i. het kerkelijk gezag, dat de openbaring van het leven belet, tegen de vrijheid van een christenmensch ingeruild.

Aldus Dr. Kuyper.

Wij zijn het, van zelf, niet met hem en, wat meer zegt, hij is het met zichzelven niet eens. In n° 1188, toch, leest men dat onze vaderen aan de Overheid in de verste verte niet de handhaving van de in naam Gereformeerde Kerk, maar alleen van de Gerefor meerde religie hadden opgedragen.

Volkomen waar.

Maar, tevens, de afdoende weerlegging van veel dat in ditzelfde betoog door denzelfden schrijver wordt gezegd, en onder dit vele ook hetgeen hij zooeven nog had beweerd t.w. dat Artikel XXXVI de conclusie is van hetgeen Constantijn de Groote heeft gedaan, in verband met de illusie betreffende de eenheid der Kerk.

Wij kunnen in het algemeen gesproken van Dr. Kuyper's betoogtrant zeggen dat zijne argumentie dikwerf geheel incidenteel is. d. i. steeds ten doel heeft den tegenstand op een bepaald punt te breken.

Dit heeft een groot voordeel.

Men is dadelijk met het op het oogenblik meest afdoend argument gereed.

In verband met de hierboven geresumeerde redenee-

Sluiten