Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wil de Overheid tusschen de bestaande kerken kiezen, zij zal hebben uit te maken, wat dan de ware kerkv o r m zij, en wat die andere groepen zijn die zich wel kerk noemen, maar zonder het te wezen.

Men hoore !

»En nu stellen wij aan hen die Art. XXXVI onveranderd willen handhaven — en ze missen elk recht van verder meespreken zoolang ze hierop niet pertinent en concludent hebben geantwoord — deze geheel het verschil beheerschende vraag : hoe moet de Overheid, als ze op haar erf meer dan ééne zichtbare kerk vindt, uitmaken welke onder die velen de e e n ig ware zij "

Zal ze de ware Kerk beschermen en voorthelpen en daarentegen »alle afgoderij en valschen godsdienst uitroeien enz. enz. . . .

Mogen wij den volzin even voor den schrijver afronden ? Misschien bespeurt deze of gene de drogreden die wij niet telkens opnieuw willen aanwijzen .. . Zal ze de ware Kerk beschermen en daarentegen alle a fgoderij en valschen godsdienst uitroeien dan moet zij noodig weten of Luther of Zwingli in de leer van het avondmaal gelijk heeft, alsmede of de kerkelijke orde door classes, superintendenten, Besturen of Bisschoppen moet worden gehandhaafd !

Gevoelt men niet hoe onbetamelijk, hoe in strijd met de geheele opvatting van onze vaderen het is de ware Kerk met een of ander genootschap te vereenzelvigen ?

Leert Artikel XXXVI dat niet de gereformeerde Religie, maar de eene of andere kerkvorm als het kenmerk van de ware Kerk moet worden beschouwd ?

Het nu volgend betoog n° 1188 vv. bevat alleen conclusies afgeleid uit de vermakelijke veronderstelling dat de Overheid uit de hier te lande bestaande kerkgenootschappen, sekten en partijen zou hebben te kiezen en eene opsomming van de moeilijkheden, die men op zijn weg zou ontmoeten indien men >den

Sluiten