Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogen moed" had nu eens in de praktijk op het zooeven aangewezen doel af te gaan.

„Vertrouwende dat zij die ons gravamen tegen Art. XXXVI niet deelen, den hoogen moed zullen bezitten om hun denkbeelden in concreten vorm, voor ons land in dezen tijd, en dan liefst als concept Grondwets-voorstel ter beoordeeling voor te leggen, vestigen wij de aandacht op het bezwaar dat zij moeten ondervangen."

Dat Dr. Kuyper niet neutraal is in den slechten zin van het woord, dat hij niet met de liberalisten loopt en vastelijk overtuigd is dat „zij de Roomsche eenheidsidée (!) vasthouden zonder de Roomsche organisatie" de vrijheid der kerken tegenhouden en allerlei belangen schaden (no. 1193, steil. 20), was ons niet onbekend. Wij hebben dit nooit betwijfeld en behoeven dit stuk thans niet te resumeeren. Het zou de discussie geen stap verder brengen.

Wij kunnen dus nu overgaan tot de bespreking van de gravamina tegen Art. XXXVI, maar nemen de vrijheid ze te brengen in het kader waarin zij passen. Daartoe plaatsen wij stelsel tegenover stelsel.

Wij zullen dus de grondgedachten in het program van grondwets-herziening dat wij hier bijvoegen, met het oog op de in de opstellen over „Kerk en Staat" geopperde bezwaren kort en bondig toelichten.

Wij nemen aan betreffffende :

I. De Souvereiniteit.

a. dat God de eenige Souverein is,Wien het volken de Overheid beiden, als zoodanig hebben te eeren.

b. dat God zijnen wil heeft geopenbaard in de ordeningen der schepping, in de leiding der voorzienigheid, in het geweten der menschen, en zeer duidelijk in Zijn Heilig Woord.

c. dat bijgevolg de wetgevende en uitvoerende macht aan dien Wil gebonden zijn.

II. De Overheid.

a. Dat de Overheid regeert bij «de gratie Gods", en behoudens de waarborgen, door de grondwet, tegen

Sluiten