Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van invloedrijke ambten in den Staat kunnen worden toegelaten.

c. Dat het stelsel waarbij de volksvertegenwoordigers door de meerderheid der stemgerechtigde burgers worden aangewezen, onvermijdelijk leidt tot een onbetamelijk overwicht van de meest talrijke boven de minder talrijke groepen in het volksleven ; dat deze misstand door de vertegenwoordiging van de hoofden der gezinnen niet geheel wordt weggenomen, en dat het algemeen stemrecht, onder den schijn van allen recht te doen, noodwendig den weg baant tot de tyrannie van de nietbezittende, over de bezittende klassen.

IX. Vrijheid van godsdienst.

Dat, krachtens het Protestantsch beginsel, niemand wegens zijnen godsdienst mag worden gemolesteerd. Dat mitsdien volkomen vrijheid van godsdienst worde toegelaten, behoudens hetgeen de publieke orde eischt, hetgeen uit de vrijheid van anderen voorvloeit, en hetgeen in strijd zou zijn met het Christelijk Protestantsch karakter van de natie en hare openbare instellingen.

X. Christelijk karakter van de Overheid.

Terwijl de volkomen vrijheid van godsdienst aan ieder burger individueel verzekerd is, en aan groepen van burgers, door de Overheid kan, en wanneer uit de daartoe overgelegde bescheiden blijkt, dat hetgeen zich als godsdienst aandient, niet strekt tot omverwerping van de grondslagen van den Christelijken staat, moet worden toegestaan, terwijl zelfs op bepaalde punten, uit eerbied voor godsdienstige gemoedsbezwaren, dispensatie van het voldoen aan zekere wettelijke bepalingen door de Overheid kan worden verleend, is z ij, nl. die Overheid zelve, in haar doen en laten gebonden aan de belijdenis der nationale Kerk, en ligt het op haren weg, die Kerk in hare wettige vergaderingen, of, indien het geval dit meebrengt, de Hoogleeraren uit die Kerk als deskundigen, omtrent de beginselen die uit deze beginselen zijn af te leiden, te raadplegen, ten einde in voorkomende gevallen door hunne god-

Sluiten