Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij de grondbegrippen, die deze wetenschappen beheerschen, aan de Schrift ontleenden en stellig overtuigd waren, dat zij die niet met de Schrift rekenen het alleen tot zekere geleerde onwetenheid kunnen brengen.

Het licht laat de dingen die het ons in staat stelt te zien onaangetast. Evenwel, is het de onmisbare voorwaarde van ieder onafhankelijk, afdoend, en bevredigend onderzoek.

Wij maken nu geen onderscheid tusschen de wetenschappen onderling. Er zijn er die haar stof geheel aan de Schrift en er zijn er die haar met of zonder de hulp van mikroscoop of telescoop aan de natuur ontleenen.

Er zijn er ook, en onder deze rangschikken wij het staatsrecht, die haar grondbegrippen en beginselen in de Schrift, of hoofdzakelijk in de Schrift moeten vinden, omdat de kennis van rechten en verplichtingen uit het Woord worden afgeleid. Maar het is de Schrift die het heerschend beginsel aanwijst, waardoor het geheele stelsel wordt gevormd.

In dit licht ziet men het licht.

Hoe is Groen er toe gekomen zoo hooge waarde aan dat Woord van God en nader aan dat Woord, zooals het opschrift van het tweede hoofdstuk aanduidt, als het beginsel aller wetenschap te hechten ?

Omdat hij een anderen maatstaf had dan Dr. Kuyper hierboven aanlegde, toen deze zeide dat hij zijne lezers opmerkzaam maakte dat de Schrift ons niet aanwees wie op een gegeven tijdstip de wettige Overheid was.

Hij wist dat de Revolutie het zwaartepunt van het geheele leven en van alle kennis had verlegd en dat alle dwalingen van den nieuweren tijd vertakkingen zijn van eene hoofddwaling.

Men leze bijv. wat hij over Haller schrijft: Halier heeft ingezien dat het geheele samenstel der nieuwere rechtswetenschap op ééne onware veronderstelling rust.

De meening namelijk, dat de Staat door een men-

Sluiten