Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schelijk goedvinden ontstaan is, dat aan den natuurstaat een einde maakte."

Één enkele onjuiste veronderstelling is dus in dit geval het vormend beginsel van deze wetenschap of liever van de vigeerende stelsels op dit terrein der wetenschap geweest.

Aan ééne juiste veronderstelling mag dan zeker wel, eveneens een reformeerende, het systeem wijzigende invloed worden toegekend !

Maar waaraan ontleent men deze juiste veronderstelling ?

Aan den B ij b e 1, en nader aan hetgeen deze Bijbel aangaande God en den mensch, de zonde en de verlossing hekend maakt.

Dit zal Dr. Kuyper niet tegenspreken.

Integendeel, men vindt deze zelfde gedachte in zijne jongste Herautopstellen over »Kerk en Staat" op uitnemende wijze ontwikkeld.

In No. 1166 van de Heraut leest men bijv.: »Een staatsleer die niet gebaseerd is op eene juiste zielkunde en in het algemeen op eene juiste kennis van den mensch kan niet tot het gewenschte resultaat leiden."

Nog duidelijker in de volgende aanhaling uit hetzelfde nommer: «Elke wetenschap moet uit beginselen worden opgebouwd en het aanvaarden van de Heilige Schrift als het hoogste gezag is een zoo diep ingrijpend beginsel, dat het geheel den bouw van het staatsrecht beheerscht."

Het verschil tusschen ons en hem ontstaat bij de vragen : i° worden die beginselen alleen uit de Schrift of ook uit den breeden kring van Gods openbaring in de natuur afgeleid? 2° Door wien, langs welken weg en ; met welke hulpmiddelen heeft deze arbeid plaats ?

De theorie van Dr. Kuyper brengt mede dat de aan l de Gerereformeerde beginselen gebonden wetenschap hier met terz ij destelling van de Kerk en de belijdenis optreedt.

Hiermede tast hij, zooals reeds gezegd is, de Heilige

Sluiten