Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men ziet hieruit dat de uitwendige genade in de sfeer of op het terrein werkzaam is, door Dr. Kuyper der particuliere genade toegewezen.

«Deze genade" nu, zegt de Moor in zijne commentaar op a Marck, 1) wordt daarom g e m e e n e genade genoemd, omdat zij bij de uitwendige roeping past en niet noodwendig tot de zaligheid leidt."

Het verschil ligt echter niet alleen in het spraakgebruik als zoodanig. Een Godgeleerde mag, mits het geen aanleiding geve tot misverstand, zijn eigen terminologie en indeeling hebben.

Het ligt evenmin in de vraag : of de Overheid een ander terrein van werkzaamheid heeft dan de Kerk en op het gemeenschappelijk terrein een eigen roeping.

De beschouwingen gaan uiteen reeds bij de aanwijzing van het doel der gemeene gratie t. w. om een menschelijk leven in eene zondige wereld mogelijk te maken.

Is d i t het oogmerk waarmede God de middelen der genade ook aan de verlorenen verschaft ?

Dr. Kuyper hecht buitengewoon veel waarde aan de onderscheiding in de genade, die hij zoekt in te voeren.

»De valsche begrippen" zegt hij, die over dien Burgerstaat ook onder Christenen inslopen, danken wij goeddeels aan de zoo schromelijke en verregaande oihbekendheid met het wezen der gemeene Gratie."

Het zou evenwel mogelijk wezen dat deze onwetendheid, indien zij evenals de Booze Geest in Hand. XIX kon spreken, zich op deze gemeene Gratie werpende, zou zeggen de Gemeene Gratie kennen wij, de Zaligmakende Genade niet minder, maar gij, wie zijt gij ?

Alsof het Woord en de Kerk niet even goed de organen waren van den Heiligen Geest, zoo dikwerf deze zijne algemeene werkingen in de wereld uitoefent!

Alsof de vijandschap door God in het Paradijs tusschen de slang en de vrouw verwekt, d. i. de genade

1) De Moor, Oomm. Perpet. op a Mark I IV. § XL1I.

Sluiten