Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die den mensch belette vrede met den Satan te sluiten, niet de aanvang en de voorwaarde van het werk der particuliere genade ware.

De nu door ons bestreden voorstelling is echter onafscheidelijk van eene misvatting ten aanzien van 5° de natuurlijke Godskennis.

Zij zou dadelijk in het oog vallen indien het eigenaardig spraakgebruik van Dr. Kuyper het niet verbergde.

»De Overheid staat op het terrein van de gemeene Gratie en ontvangt uit die algemeene Gratie haar licht."

Onze Confessie spreekt, zooals men weet, van. tweeërlei licht, het eene straalt ons tegen uit de natuur, het andere uit de Schrift.

Van welk licht nu spreekt de schrijver van de stukken in de Heraut ?

Hij laat dit in het midden, maar de bedoeling is de bijzondere openbaring tot een orgaan van de particuliere gratie te maken. Dit blijkt uit het geheeTe betoog.

»De "gemeene Gratie brengt niets nieuws, geen nieuwe kracht, maar dient tot instandhouding van de eerste schepping."

«Goedgeordende staten verrezen waar geen enkele straal der openbaring doordrong."

»Het licht dat voor de vorming van de staten noodig is, is natuurlicht". enz. i)

Wij stuiten hier op meer dan eene misvatting o. m. op eene dwaling ten aanzien van

6". de bijzondere openbaring die wij derhalve, niet afzonderlijk, maar in verband met 5" zullen behandelen.

In de eerste plaats is het onwaar dat de Overheid óf in haar oorsprong, óf in haar optreden in de geschiedenis haar licht alleen uit „de gemeene gratie" put, geen andere dan de „natuurlijke Godskennis ' bezit of alleen in „de algemeene openbaring" deelt.

1) De Heraut Nos 1142, 1 146, 1147, 1154 en 1156.

Sluiten