Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In vraag 54 van de Heidelbergsche Catechismus wordt bijv. geleerd, „dat de zoon van God zich uit het gansche menschelijk geslacht door zijn Woord en Geest eene gemeente ten eeuwigen leven uitverkoren, in eenigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt."

Vraagt Dr. Kuyper, hoe dit te rijmen is met de opvatting in de Heraut »dat de Overheid er was, zoodra het Patriarchaal gezag ineenzonk, maar dat de Kerk eerst zelfstandig optrad op den Pinksterdag ' 1) en inde Encyclopaedie „dat Christus de Kerk heeft geïnstitueerd", straks „dat Hij en Zijne Apostelen de Instituten der Oecumenische Kerk hebben gesticht", hij antwoordt, „Antw. 54 slaat niet op het Instituut, want van de Gereformeerde Kerk blijft men niet eeuwig een lidmaat". (!)

Een ander voorbeeld.

De voornaamste merkteekenen van de ware Kerk zijn, volgens onze confessie de reine prediking van het Evangelie en de hiermede overeenstemmende bediening van de Sacramenten. Hieruit volgt dat er allerlei verkeerds in eene Kerk kan zijn, maar dat men zich van haar niet mag afscheiden indien deze beiden in haar worden gevonden.

Wijst Dr. Kuyper hierop en vraagt hem hoe hiermede dat en dat in de praktijk van het kerkelijk leven van zich noemende Gereformeerden in overeenstemming kan worden gebracht, hij deelt ons mede dat „de dienst des Woords met al de aankleve van dien niet behoort tot het lichaam van Christus in Zijn e i g e n 1 ij k w e z e n".

Wij zouden op deze wijze kunnen voortgaan, voor ons doel zijn evenwel deze twee voorbeelden afdoende.

Wat het eerste voorbeeld betreft.

De opmerking, dat men niet eeuwig lid blijft van de Gereformeerde Kerk is haast te naief.

1} -De Heraut No. 1155.

Sluiten