Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baring, meer bijzonder, de roeping der Kerk en de rechten zoowel als de plichten van de ambtsdragers overeenkomt.

De grensbepaling tusschen de Kerkelijke en de Staatkundige macht behoort hiertoe zeker niet in de laatste, maar veeleer in de eerste plaats.

De Zuid-Hollandsche Synode antwoordende op de Remonstrantie van den Leidschen Magistraat in 1582 schreef sis vol^t i

»Op deze wijze dan begrijpt de kerkelijke macht alle zaken, want zij vindt in Gods Woord wat zij in alle zaken raden zal. Want er is niets in de geheele wereld waartoe zich het Woord niet uitstrekt.

Daarom dwalen zij grootelijks die plegen te roepen. wat heeft de predikant met de Republiek van doen en niet de wapenen en met de koks !

Maar laat zij zeggen, als de dienaren bemerken dat in zoodanige zaken de Wet Gods overtreden wordt, waarom zij het niet zouden bestraffen en uit het Woord Gods vermanen dat zij van zonde afstaan.

Het komt hen toe te straffen, niet met het zwaard, niet met de gevangenis, niet met uitbanning, maar met de kracht en macht des Goddelijken Woords.

Dit wordt wel is waar meer speciaal van de prediking gezegd, maar het veronderstelt het recht en de plicht der Kerk óók om in hare belijdenis, behoudens het beroep op Gods Woord en het recht om een individueel, zelfstandig oordeel over de waarheid te vellen, als »leeraar van God gezonden", op te treden.

Indien op dit punt eenige twijfel mocht bestaan, leze men de actestukken uit den strijd tegen de leeringen

der Remonstranten. 1)

Het is dus eene dwaling te meenen dat God iets in Zijn Woord heeft geopenbaard, dat het geloof niet noodig

1) De algemeene consideratiën door de Remonstranten ingeleverd ter Dordsche Synode. Voetius Polit. Eccl. 111. lib. et Tract. I cap. IV, V.

Sluiten