Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hielden, de eere Gods te nakwamen. Het veronderstelt de reeds besproken vrijheid, die onafscheidelijk is van de opvatting die de Hervormde Kerk heeft van het geloof en het werk des Heiligen Geestes.

De zooeven aangehaalde uitdrukking kan dus niet alleen maar moet nog nader worden bepei kt tot het openbare leven dat tot de O verheids sfeer mag worden gerekend.

Zelfs heeft men na deze in den aard der zaak liggende restricties nog een onderscheid te maken tusschen twee tot deze rubriek behoorende gevallen. In het eene is de hier aangewezen plicht van de Overheid absoluut, geen transactie toelatende, en in het andere mag met het staats- en volksbelang rekening

worden gehouden.

Het eerste geval is dat van den Godslasteraar en den afgodendienaar, het laatste dat van den dwaalleeraar, die eene in de oogen onzer vaderen, — wij laten thans in het midden of zij hierin goed zagen zielverdervende, God onteerende dwaling huldigde.

Uit deze onderscheiding nu blijkt, dat het gevoelen van Dr. Kuyper en zijne medestanders inderdaad juist ten aanzien van de behandeling der grove ketters en Godslasteraars niet van dat onzer vaderen verschilt.

Immers, dat de Overheid verplicht is valle Godslastering waar ze het rechtstreeks karakter van hoon tegen Gods majesteit aanneemt met hare dwingende macht te keer te gaan" spreekt zelfs Dr. Kuyper niet tegen. 1)

Hij expliceert zijn hier aangehaald gevoelen als volgt:

»En wat aangaat de Godslastering, zoo berust het recht van de Overheid om deze te keer te gaan in het Godsbesef, dat een ieder van nature ingeschapen is, en vloeit de plicht er toe voort uit het feit dat God de

1) l)e Stone-lezingen. Blz. 85.

Sluiten