Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nathan.

Ja maar alleen in hare gronden niet,

Want steunen zij niet allen op verhalen,

Geschreven of bij overlevering?

En dat moet alles toch maar op geloof

En goede trouw aanvaard. Of is 't zoo niet?

En wiens geloof en trouw trekt men gewoonlijk

Het minst in twijfel? Immers dat der zijnen?

Dat van wier bloed men is? Dat, van wier liefde

Van onze kindschheid af 't bewijs steeds is

Gegeven? Die ons nooit misleidden dan

Als 't heilzaam voor ons was misleid te worden?

Hoe kan ik mijne vad'ren minder dan

Gij 't de uwen doet gelooven? omgekeerd:

Kan ik van u verlangen, dat gij uwe

Voorvad'ren leug'naars scheldt, om niet de mijnen

Te wederspreken? Of weer omgekeerd?

Dit zelfde geldt ook van den Christen.

Saladin.

Ja

(Bij Hem die leeft! De man heeft groot gelijk Ik moet verstommen.)

Nathan.

Laat ons op den ring Nog even komen. Ik zei straks: de zonen Verschenen voor den rechter. Ieder zwoer Onmiddellijk uit 's Vaders eigen hand Den ring te hebben — 't was ook waar! — nadat Hij lang reeds de belofte had ontvangen Dat eenmaal 't voorrecht van den ring zijn deel

Sluiten