Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Treffend is mij het gebeurde met dien Jood, die na geruimen tijd te Rome, de zieke plek in het lichaam van Christus, vertoefd te hebben, aan zijn verwanten verklaarde dat hij Christen wilde worden en zich laten doopen. Smartelijk verrast vraagden zij hem: maar hoe ? hebt gij dan te Rome juist van dat Christendom niet genoeg gekregen? Maar hij antwoordde: juist wat ik daar voor bederf en ontaarding zag, juist dat heeft mijn besluit vastgezet. Immers, ik zei tot mij zelf: een godsdienst, die het niettegenstaande zulke slechte vertegenwoordigers zoolang uithoudt en zoo krachtig werkt, moet wel de ware zijn.

Thans herhaal ik wat ik straks reeds zeide: Ik begrijp niet hoe iemand uit volle overtuiging een godsdienst kan aanhangen en liefhebben, die niet van zijn godsdienst verklaart dat hij de ware is. Het allerminst is dat te begrijpen van een Christen, wiens godsdienst gebouwd is op de innigste en reinste levensbetrekking die er denkbaar is n.1. die de waarachtige liefde, door God in al haar volheid geopenbaard en aan de menschheid meegedeeld in zijnen Zoon. Ook hier geeft weer het antwoord op de vraag: „Wat dunkt u van den Christus"? den doorslag. Maar wie dan ook met Petrus belijdt: „Heer Gij zijt de Zoon des levenden Gods", die belijder, staande op den rotsgrond der gemeente, hij houdt in zijn geloof de verklaring hoog: het Christendom is de ware godsdienst, ook al wil hij graag waardeeren wat er elders waar en schoon en goed en

Sluiten