Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de Compagnie ') reeds in 1603 besloot om te zien naar twee bekwame mannen om den volkeren in Indië Gods Woord voor te dragen en hen tegen alle superstitiën en verleidingen van Mooren en Atheïsten uit de H. S. te vermanen, met verdere intentie om twee predikanten te Bantam of andere plaatsen te doen verblijven, en ook vier studenten voor rekening der Compagnie tot Indische predikanten te doen opleiden".

Op de eerste schepen, door de Compagnie uitgezonden, bevonden zich „ziekentroosters" ten dienste van de bemanning, die spoedig in de bezittingen een werkkring vonden en min of meer als Zendelingen werkten. En hierbij liet de Compagnie het niet. Voortdurend werden aan de verschillende Classen der Vaderlandsche Kerken bedienaren des Woords gevraagd, wier uitzending en onderhoud door de Compagnie bekostigd werden, zoodat in 1647 hun getal 28 bedroeg, waarvan 3 te Batavia, 2 op Malakka, 2 op Formosa, 3 in de Molukken, 5 op Amboina, 5 op Banda, 2 op Ceylon en 1 op Paliacate. Ook scholen werden niet vergeten.

Maar wat vermocht dit alles tegenover de millioenen van onze Koloniën? Toen de Compagnie achteruit ging, werd de Natie wakker, maar vermocht toch niet te doen wat noodig was. Allerlei oorzaken zijn daarvoor aan te geven en als de voornaamste misschien deze, dat men wilde dat de Zending van de

') Nijland pag. 116.

Sluiten