Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoon; door u moeten in Jezus' Naam de volken de knieën leeren buigen.

Wat lezen wij in de Schrift van vriendinnen des Heeren? Zij dienden Hem van hare goederen. Dat was dankbaarheid voor de door Hem ontvangen geestelijke gaven. Zij voelden daarmee althans eeniger mate een schuld der dankbaarheid tegenover Hem af te doen. Zullen wij in dezen niet hare geestverwanten moeten zijn, daarbij denkende aan des Heeren woord: „wat gij aan een mijner minste broederen gedaan hebt dat hebt gij aan Mij gedaan"? Heerlijk dat vvij Hem nu met nog andere dan stoffelijke gaven kunnen dienen, dat wij Hem nevens gaven ook gebeden en bovenal het levende woord kunnen wijden, dat wij door dankbaarheid aan de Zending geven!

Wat verder tot dankbaarheid stemt en tot de Zending dringt is het feit dat wij zelf aan de heidenzending alle voorrechten danken, die wij nu bezitten in huis en Staat en gemeente. Indien wij ons eens eenoogenblik dat alles wegdenken, — watzoomoeielijk niet is wanneer wij ons het heidensche leven onzer Voorvaderen voorstellen of ons indenken in de heidensche toestanden onzer dagen, — hoeveel stof tot dankbaarheid hebben wij dan niet, en moet er dan geen behoefte zijn om die dankbaarheid te toonen? „Hoe zal ik den Heer vergelden al het goede wat Hij aan mij gedaan heeft"? Zoo vraagt een vrome uit het O. T. De vrome uit het N. T. die zoo vraagt, hoort als een der antwoorden ook dit: maakt zijn

Sluiten