Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ontrouwe, luie en ijverige, volgzame en trotsche arbeiders, gelijk daar als hier harde en zachte, rechtvaardige en onrechtvaardige heeren en meesters zijn. Het Christendom en zijn moraal hebben daar niets mee te maken of liever het verkeerde mag niet op rekening van het Christendom, maar moet op rekening van het zondig menschelijke gesteld worden. Dat een heiden, die Christen geworden is, beseft dat hij een mensch is, wiens ziel even veel waarde heeft voor God, als die van zijn heer; dat hij als een mensch wil behandeld worden, dat moge in veel gevallen voor den heer niet aangenaam zijn, maar dat is in hem toch meer te prijzen dan te laken. Wordt hij trotsch, dan zondigt hij tegen zijn Christendom, tegen zijn Christus en bewijst dat de Geest des Heeren hem nog niet voldoende onderwezen heeft.

Al deze bezwaien noemt Leibnitz „argumenta pigritiae", d. w. z. traagheidsargumenten.

Maar er is nog een vierde bezwaar, dat wij onder de oogen moeten zien en dat van den kant eener ongeloovige wetenschap tegen de Zending wordt ingebracht. Het is dit: dat de wilde natuurvolken door den noodwendigen strijd om het bestaan, waardoor het zwakkere voor het sterkere moet wijken, en door een even noodwendige natuurkeus, waardoor het ééne geslacht, de ééne soort moet blijven en de andere vergaan, bestemd zijn om uit te sterven, gelijk er dan ook sommigen haast uitgestorven zijn; terwijl de ervaring leert dat zij te spoediger uitsterven naarmate zij met de Europeërs en de moderne beschaving in aanraking

Sluiten