Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen. Alleen die volken kunnen zich handhaven die zich tot een staat van beschaving hebben ontwikkeld en niet in hun natuurleven gebleven zijn.

De Zending zou dus een onverstandig werk doen door zich opofferingen te getroosten ten bate van die ten doode opgeschrevenen, terwijl zij voorts de macht niet heeft om de wilde volken tot die beschaving te brengen, die hun het voortbestaan waarborgt. Vooreerst zij hier opgemerkt, dat al zou dan de Zending niet anders doen dan een stervende zijn laatste oogenblikken verkwikken, zij toch nog een heerlijk werk zou doen. Maar is het zoo dat er een absolute natuurnoodwendigheid is, die een deel des menschdoms ten doode doemt? Die bewering is op z'n minst een verloochening van het menschelijk karakter van dat deel, maar het is ook een verloochening van de algenoegzaamheid der verlossing. „God was in Christus en verzoende de wereld met zich zeiven".

Waar is het dat de aanraking met Europeanen bijv. het uitsterven der Papoeas op Nieuw-Holland heeft bevorderd. Maar die Europeanen waren kolonisten, die naar het woord van den grooten Willams „dood en verderf brachten" door drank en prostitutie en moordenden slavenarbeid; de goudmijnen hadden de Europeanen aangetrokken. Toen de eerste zendelingen kwamen in 1824 was de oorspronkelijke bevolking nauwelijks meer te bereiken in zijn binnenlanden, waarheen zij gevlucht was om aan het verderf te ontkomen. De zending beproefde nog te

Sluiten