Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

philantropie te stellen in de plaats van levend geloof.

Luther vergelijkt het Evangelie bij een slagregen, die over de velden heentrekt en niet meer komt, waar hij eens geweest is. Hij wijst daartoe op landen en volken, die eertijds het zuivere Evangelie hadden en in zijn dagen den Turk of den Paus. Zoo, zegt hij, zou het ons volk kunnen gaan. Ook dat woord van den Hervormer herinnert mij aan het woord des Heeren: „armen hebt gij altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd". Terwijl wij Hem dan hebben, laat ons Hem hulde bewijzen; laat ons den balsem uitgieten voor Hem, laat ons het offer der liefde brengen, dat is — het offer voor de Zending, die zijn Naam moet groot maken onder de volken .... de armen zullen er, als wij eerlijke, goede huishouders zijn geen cent minder om hebben. — Ten slotte zij hier nog opgemerkt dat toen er geld, veel geld voor de lijdende en strijdende Republieken in Z. Afrika gevraagd werd, de duizenden inderdaad toestroomden, uit de beurzen van rijk en arm verzameld, en dat ik in die dagen van geestdrift voor het stamverwante inaar toch verre, volk nooit gehoord heb van weigeringen op grond van het feit dat er hier zooveel te doen en te geven is. Waarom nu niet dat oude argument? Omdat er geestdrift, liefde was.

Een tweede bezwaar van deze zijde is: het hopelooze van de zaak en het ondankbare er van. — Het hopelooze, want wat wil dat handjevol zendelingen, tegenover de onafzienbare massa der heidenvolken. Het ondankbare, want men hoort of ziet er maar

Sluiten