Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat voor dit volk de overwinning nabij was. Zoo was het inderdaad.

Toen hij om de ziekte zijner vrouw na eenige jaren naar Europa moest wederkeeren liet hij in diezelfde streek van ellende een modelstaat achter. De inboorlingen hadden een inrichting tot stand gebracht, merkwaardig door hare organisatie, door hare fatsoenlijke woningen, voorzien van al de kenmerken eener Christelijke maatschappij. Zij hadden een kerk gebouwd met 1300 plaatsen, die bij eiken dienst steeds dicht bezet was. De dagelijksche godsdienstoefeningen telden 500 a 900 hoorders. Er is geen ander zendingsgebied, dat van zulk een ommekeer kan gewagen. Zelfs de autoriteiten moesten in hun rapport aan de regeering schrijven: „Dit is Gods vinger". In dit rapport wordt gewezen op het lage en zedelooze bijgeloof, de drinkerij, toovenarij en de duivelshuizen van weleer en op de christelijke Godsvereering, zoo oprecht en aandoenlijk van thans. Het eindigde met de woorden: „daar is de hand des hemels in".

Wij gaan naar Nieuw-Zeeland en vinden daar in het begin van de 19e eeuw nog een volk dat gevreesd en gehaat was om zijn wreedheid, een volk van menscheneters, dat iedere beleediging hun aangedaan door blanken of rasgenooten op de vreeselijkste wijze wreekte. Hun apostel werd Satnuel Marsden, die in Nieuw-Zuid-Wallis zijnde een paar van deze eilanders ontmoette en iets in hen ontdekte dat op vernieuwing des levens deed hopen. Geen der

Kennen doet liefhebben ®

Sluiten