Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV. Zelfmoord.

Vrouwen, die zich onder de wielen der afgodskar werpen. — Vromen, die zich in de rivieren verdrinken. — Vromen, die zich in den afgrond storten. — Weduwen, die zich in den put werpen.

V. Vrijwillige pijniging.

Het opwippen aan den haak. — Het doorsteken der dijen. — Het uitrukken der tong. — Het vallen op messen. — Andere ascetische oefeningen.

VI. Onvrijwillige boetedoeningen.

Barbaarsche terechtstellingen. — Verminking der misdadigers. — De pijnbank. — Bloedige godsoordeelen. — Het afsnijden van den neus bij vrouwen.

VII. Slavernij.

Erfelijke slavernij (slaven die bij het stuk grond behooren).

Huiselijke slavernij (slaven die bij het gezin behooren).

Invoering van slaven uit Afrika.

VIII. Afpersingen.

IX. Godsdienstige onverdraagzaamheid..

X. Wettelijke ondersteuning van het kastewezen.

De uitsluiting der lagere kasten van alle regeeringsposten.

Vrijstelling der hoogste kasten om voor den rechter als getuige te verschijnen — smadelijke bejegening der lagere kasten.

Sluiten