Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Werd door Dr. Kuyper gezegd dat de Zending over een jaarlijksch budget beschikt dat menige Staat haar benijdt, dan wijst de Heer Dijkstra erop dat dit budget der zending in 1897 berekend werd op 35 millioen gulden en dat ons kleine Nederland alle jaren meer voor „Oorlog en Marine" uitgeeft, dat de Engelschen die som alle drie maanden noodig hebben voor hun oorlog in Z.-Afrika, dat in ons land het dubbele voor wijn en sterken drank wordt uitgegeven.

Wordt door Dr. K. betoogd dat „scharen van mannen en vrouwen zijn uitgegaan en er aan personen nimmer gebrek was," de heer D. gaat berekenen dat er op de wereld ± 100 millioen Protestanten zijn, waarvan hij er maar dadelijk 75 millioen als ongeloovig wil afrekenen; blijven dus nog 25 millioen. Die 25 millioen zenden samen 6000 zendelingen uit, dat is nog niet één per 4000. Die 6000 missionaren staan tegenover een heidendom en Islam van meer dan 1000 millioen; voor elke 240000 heidenen heeft de Protestantsche Christenheid één zendeling. De heer D. vraagt of Dr. K. dat véél vindt. Hij vindt dat cijfers en feiten, die de Christenen blijven aanklagen.

Noemt Dr. K. over de vruchten sprekende slechts de Minahassa, de Zuidzee-eilanden en Madagaskar als streken waar „enkele schoone resultaten" verkregen zijn, de heer D. wijst hem op het Bataland op Sumatra, op de Kaapkolonie in Afrika, op de Berlijnsche en Hermansburgsche zending in Transvaal

Sluiten