Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste zendingsschip werd, toen het oud en onzeewaardig geworden was door geen ander vervangen. Een eigenaardigheid bij de Hermannsburger Zending is dat er nooit voor gecollecteerd wordt en dat het toch nooit aan de noodige middelen heeft ontbroken. Biddend worden den Heer de belangen der zaak voorgedragen, en de Heer voorziet.

Dat laatste was ook aan de Gossnersche Zending eigen, wier stichter het herhaaldelijk verklaarde: „ik luidde meer de bidklok, dan de bedelklok". Doch niet alleen daarom noem ik deze Zending, maar ook om een andere eigenaardigheid, die haar eigen was en die ik ook onder de beproefde, maar eveneens mislukte hulpmiddelen der Zending noemen wil. Gossner, die in 1836 op een leeftijd van 63 jaar zijn eigen Zending begon, was van meening dat aan de zendelingen veel te groote wetenschappelijke eischen gesteld werden en dat er veel liever Zending gedreven moest worden door jonge, vrome mannen, die op de wijze van den apostel Paulus, die immers tentenmaker was, door handenarbeid in hun eigen onderhoud konden voorzien. In alle stilte bereidde hij zijn zendelingen voor door hen in te leiden in de kennis van de H. Schrift en hun eigen geloofsleven te bevestigen. In tien jaren tijds heelt Gossner niet minder dan 80 zendeling-handwerkslieden naar Australië, Britsch- en Nederlandsch Indië, NoordAmerika en West-Afrika uitgezonden, waarvan er 14 in dienst van andere zendingsgenootschappen traden. Onze Otto Heldring voelde zich zeer aan

Sluiten