Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem verbonden, deelde zijn inzichten en steunde hem zooveel mogelijk, zoodat in het tweede tiental jaren nog 25 arbeiders naar den Indischen Archipel en 33 naar andere streken gezonden werden. Na zijn dood in 1858 ging zijn Zending, waarvan hij naar zijn eigen schertsend woord „Inspector, huisvader, secretaris en pakezel" was, aan een Curatorium over en verloor zij langzamerhand al haar eigenaardigheden, zoodat zij zich thans in niets meer van andere genootschappen onderscheidt.

Een ander hulpmiddel der Zending is „landontginning", niet te verwarren met de zoo even genoemde „kolonisatie". Immers, terwijl de laatste het uitzenden van Christelijke kolonisten uit Europa bedoelde, bedoelt de eerste het bijeenbrengen van ChristenInlanders in een desa of dorp. Dit middel, dat in onze Koloniën voor het eerst op eenigszins uitgebreide schaal door den zendeling Jansz van de Doopsgezinde Zending beproefd is, lijkt te voldoen en wordt daarom door verschillende autoriteiten op zendingsgebied, met name de mannen van de zendingspraktijk aanbevolen. Laat ons nagaan op welke gronden dat geschiedt. Wij doen het onder voorlichting van een referaat, door den zendeling J. Verhoeven van de Ned. Zend. Vereeniging gehouden op de 5do Nederl. Zendingsconferentie. x)

Ons blijkt dan allereerst dat de Inlander, die onder het Mahomedanisme geleefd heeft, door zijn overgang tot het Christendom maatschappelijk in veel

') Nederl. Zend. tijdschr. Jaarg. IV pag. 16 vv.

Sluiten