Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelooven dat het aan Lukas „den geneesmeester" door den Geest verboden is geworden om zijn geneeskunst verder te beoefenen toen hij een jonger van Christus werd en met Paulus mee intrad in den Zendingsarbeid, en ik vind het van beteekenis dat de groote heidenapostel, met Lukas reizende, onder de „groeten", waarmede hij zijn brief aan de Colossers besluit, ook dien opneemt van Lukas, den geliefden geneesmeester".

De medische wetenschap God dienende, dat is de gave den Gever eerende, dat is de wetenschap Hem verheerlijkend, die den mensch het verstand als koninklijke gave schonk. Nu is het, helaas! een feit dat de geest onder de medische studenten in ons vaderland en in Duitschland over het algemeen niet van dien aard is dat van hen veel voor het godsrijk verwacht mag worden. De heeren meenen dat als zij bij het ontleden van het menschelijke lichaam geen ziel zien, er ook geen ziel is, en van de ziel op God dat is in het denken maar één stap. De heeren spreken het elkaar en hun geestverwante beoefenaars van natuurkundige en astronomische en soortgelijke wetenschappen na dat voor hem die weet, geen geloof kan bestaan; dat de kennis van de zichtbare wereld het bestaan van de onzichtbare doet verwerpen. Ik zou graag op hun studeerkamer als muurteksten willen geven enkele uitspraken van groote priesters hunner wetenschap, die er anders over gedacht hebben. Bijv. dit woord van den grooten Copernicus: ') „Wie zou niet, wanneer hij denkend verwijlt bij de met

') gestorven 21 Mei 1543.

Sluiten