Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den hoogmoed niet uitrukken uit den akker van hun hart, groeit daaruit de doornstruik, die al het goede zaad zal verstikken. Als zij een aardsche kroon begeeren van menscheneer en roem, ontgaat hun de kroon des eeuwigen levens.... daarom die voetwassching in de Paaschzaal in den nacht zijns doods,... „gelijk Hij de zijnen, die in de wereld waren, had

liefgehad, zoo had Hij hen lief tot aan het einde"

De zijnen .... ook ons; want ook om onzentwil is die voetwassching geschied. Knechten en dienstmaagden in het werk des Heeren! en gij allen, die de kroon des eeuwigen levens begeert, aanziet uw Heer, uw

Meester, tot aller voetwassching neergebogen

Uw kroon ligt omhoog door diep te buigen verwerft gij haar.

Er is nu een andere toon gekomen in de gesprekken der jongeren Zij zijn stiller geworden. Zij denken meer na. Zij luisteren meer naar wat de Heer spreekt. Zij komen meer in de stemming, waarin Hij zelf verkeert, die van den hoogsten ernst, zooals de gedachte aan de snel naderende crisis dien vanzelf meebrengt. Een woord van den Heer over het verraad, dat uit hun eigen kring zal uitgaan, geeft hun een schok. Zij zien weer elkaar en Hem aan, en minder zeker dan vroeger van zich zelf, vraagt de een na den ander: „ben ik het, Heer?" Fluisterend vraagt Johannes den Meester om nadere aanwijzing. Hij doet het op een wenk van Simon, die van nieuws-

Sluiten