Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij zij tot erfgenamen der eeuwige hemelsche goederen verklaard werden, dat Nieuwe Testament, dat kracht verkregen had door den dood des Zoons en waarmee nu het Oude was ter zijde gesteld. Zoo dikwijls zij aan de opwekking der liefde gehoor zouden geven: „komt, neemt en eet, komt, neemt en drinkt!" zouden zij voelen dat Hij in hun midden tegenwoordig was en hoog zou het vuur van geloof en liefde bij hen weer opvlammen, en gesterkt zouden zij zich voelen tot den goeden strijd.

Niemand onzer zal zeggen, dat de Heer van dat maal te veel verwacht heeft, die ten minste zijn verwachting niet teleurgesteld heeft, zijn verwachting dat de zijnen „dikwijls" en gaarne zouden komen tot dat maal, begeerende immers om sterker te worden naar den inwendigen mensch, begeerende gelijkvormigheid met den Heer door van Hem uitstroomende levenskracht, begeerende troost in des levens smart, steun bij des levens taak, licht in den nacht van zonde en dood.

Geslacht op geslacht is verkwikt geworden door dat wonderbare maal, zoo eenvoudig en toch zoo heerlijk. En over zijn trouwe avondmaalgangers zal de Heer niet te klagen hebben gehad, dat zij zich losmaakten uit zijn gemeenschap, dat zij hun geloof verloren, dat hun liefde verkoelde en hun ijver bezweek. Ook hun ontbrak het zeer zeker niet aan moeilijke uren; ook zij konden struikelen en vallen; ook zij hadden hun aanvechtingen en verzoekingen... maar telkens aan dat maal konden zij het hart uit-

Sluiten