Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de macht der duisternis. De Overste der wereld komt en zal het vuur der verzoeking laten branden, feller dan ooit te voren... maar sterk wil Hij zijn, en de Vader moet Hem bijstaan, opdat Hij als Zoon verheerlijkt moge worden, verheerlijkt door zijn zegevierende gehoorzaamheid. Het is de Zoon, die bidt. Maar in zijn biddende ziel dringen zich weer de bekende en geliefde gestalten, en het is of zij Hem vragen: „Meester denkt Gij niet aan ons, wij hebben uw voorbede zoo noodig 1" .... En zoo wordt het dan verder de Hoogepriester, die bidt, de Hoogepriester, die de zijnen, ja heel de wereld op het hart draagt en alzoo biddend opvoert tot den Vader. Hij gedenkt aan hun grooten strijd en hun kleine kracht. Hij gedenkt aan den adder der zonde, die in het trouwe hart kan binnensluipen en vervreemden kan wat bij elkander behoort. Hij denkt aan hun roeping, hun zending in de wereld. Hij verklaart zijn heerlijkheid alleen te willen bezitten, als Hij die met de zijnen deelen mag. Zoo bidt de Hoogepriester. En zoo toont Jezus ook hier dat Hij de zijnen liefhad, „liefhad tot

aan het einde."

„De zijnen"; ik voeg er alweer bij: „ook ons", want Hij dacht immers ook aan hen, die door het woord zijner jongeren in Hem gelooven zouden ? Zoo zijn het dan ook in deze ure overwinningsgedachten, die in de ziel van den Man der smarte werken. Gelijk Hij bij iedere lijdensaankondiging, die Hij in vroeger dagen liet hooren, sprak van zijn Opstanding ten derde dage, zoo spreekt Hij hier van een wereld,

Sluiten