Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor mij, zooals Hij in Gethsemané in den nacht zijns doods verhoord is geworden.

Maar is het wel waar dat Hij verhoord is? Of moeten wij alleen afgaan op dat bericht omtrent den Engel, die kwam om Hem te sterken? O, neen, voor dat wij Gethsemané verlaten, kunnen wij daaromtrent in volkomen zekerheid zijn.

De bidder is opgestaan en tot zijn drie vrienden weergekeerd. Zij zijn weer ingeslapen. Zijne waarschuwing van daareven heeft niet geholpen. Het zwakke vleesch was den willigen geest te sterk geweest. Kon Hij hen maar laten slapen; maar dat kan niet. Inde stilte van den nacht doet zich reeds het geruisch van een naderenden stoet hooren ... het verraad nadert tot den hof der olijven ... Jezus hoort het en siddert niet meer. „Staat op," zoo wekt Hij zijn vrienden, „staat op, laat ons gaan; die Mij verraadt is nabij." Bedoelt Hij een vlucht voor het naderend gevaar? O neen, Hij wil het tegemoet treden. Ziedaar de Heer van vroeger — ziedaar de strijder, die het evenwicht zijner ziel heeft teruggevonden, — ziedaar de bidder, die verhoord is.

De bende nadert met stokken en zwaarden gewapend, als ging het op een booswicht los. Aan haar hoofd gaat een der twaalve, Judas, de man, in wien de duivel gevaren was. In zijn gejaagdheid is hij den troep spoedig vooruit, die bovendien zelf gaat in het flikkerende licht der fakkels. Judas nadert met een groet en geeft zijn Meester een kus, het afgesproken teeken des verraads, en de Meester spreekt: „Judas,

Sluiten