Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook weer uitgeholpen. Het was de hand zijns Gods geweest, en die God was Hem een Vader. Maar nu, nu is Hij in de hand der menschen, en die zullen Hem niet sparen, want die zijn onbarmhartig; die willen niet dat Hij leeft, maar dat Hij sterft opdat de mond niet meer spreken kan, die hen in hun zijn

en hun doen veroordeelt.

Daar staat Hij voor Annas, die een ondervraging begint, in de verwachting dat hetgeen hij hooren zal, dienst zal kunnen doen bij het proces, dat zoo aanstonds aanvangt, wanneer er genoeg raadsleden bijeen zullen zijn. Hij wil het een en ander weten, omtrent de leer van Jezus en omtrent zijn leerlingen. En als dan de Heer gepast en vrijmoedig antwoordt, verklarende dat hetgeen Hij gesproken en gedaan had niet in een hoek geschied was, maar van algemeene bekendheid kon wezen, dan geeft een der dienaren Hem een kinnebakslag, zeggende: „antwoordt

eii zoo den Hoogepriester ?" ...

Des Menschen Zoon is in de handen der menschen. Die zullen aan hun ruwheid, hun geweld, hun spot, hun smaad tegenover Hem den vrijen teugel vieren. O, als wij zulke dingen zien, dan zouden wij ons kunnen schamen, dat wij „menschen" zijn, indien... indien wij maar geen deel hadden aan wat daar in Jeruzalem geschiedde. Of zullen wij onze handen in onschuld wasschen, sprekende: dat gaat ons niet aan - dat kan niet op onze rekening gesteld worden _ dat hebben die verblinde Joden - dat hebben die lage huurlingen gedaan?

Sluiten