Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus, Gods gezalfde, gezonden om de gebroken harten te heelen, den gevangenen loslating te prediken en den blinden het gezicht, om te prediken het aangename jaar des Heeren." — De Christus, die de wereld met haren God verzoenen moest; — die nieuw goddelijk leven brengen moest, daar waar de dood heerschappij voerde; — die vrede moest gebieden, waar onrust en strijd woelden; — die van zondaren weer kinderen Gods moest maken. Ja! Hij weet dat Hij dat is, — Hij heeft er nooit aan getwijfeld. Als Hij bange uren doorleeft, waarin ook zijn ziel bedroefd kan worden, dan is het niet omdat Hij twijfelt aan zijn persoon of roeping, maar omdat de hardheid van der menschen hart zoo groot, hun vijandschap zoo bitter en de weg voor Hem zoo zwaar en zoo doornig is. Indien ooit iemand Hem in vroeger dagen op zijn geweten af hetzelfde gevraagd zou hebben wat Kajafas Hem vroeg in dezen nacht des doods, Hij zou te allen tijde hetzelfde verklaard hebben; „ja Ik ben de Christus, de Zoon Gods".

Maar Hij heeft het nooit uitgesproken. Want Hij was voorzichtig. Hij kende zijn volk in zijn wuftheid, in zijn licht ontvlambare zinnelijkheid, in zijn valsche Messias-verwachtingen. Alles moest vermeden worden wat den indruk kon geven alsof zijn rijk „van deze wereld" was, en zijn koningschap van deze aarde. Hij heeft oogenblikken doorleefd (denk aan de wonderbare spijziging 1) dat het Hem maar één woord zou gekost hebben en het volk had aan zijn voeten gelegen en had Hem als Koning gehuldigd maar

Sluiten