Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hem uitging. Zij kwamen dagelijks meer onder den invloed van zijn reine persoonlijkheid. Zij kregen soms een gevoel dat zij vluchten moesten omdat zij niet bij Hem pasten, een gevoel dat een van hen deed uitroepen: „Heer, ga van mij uit, want ik ben een zondig menschl" En als op het hoogtepunt van zijn arbeid, hun Meester hun dan vraagt, wat zij van Hem denken, en voor wien zij Hem houden, dan aarzelt een van hen niet om het namens allen te getuigen: „Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods." (Matth. 16 : 16). Dan is Hij gelukkig als Hij dat hoort; want Hij weet dan dat zijn leven zoo gesproken heeft en dat Gods Geest aan hun geest getuigenis heeft gegeven en Hij prijst hen zalig in hun belijdenis.

Maar ook die jongeren hindert zijn knechtsgestalte. Ook zij hebben nog een ander begrip van den Koning-Messias. Van lijden en sterven willen zij niet weten. Verstand en hart zijn bij hen onophoudelijk in strijd. Het laatste zegt: „Hij is de Christus"; het eerste, in de zonde gevangen, zegt: „Hij is het niet," of, zoo Hij het is, dan is zijn optreden onverklaarbaar maar in geestdrift doen zij mee aan de betooging op den weg naar Jeruzalem, en hun hosannah

vermengt zich met dat der duizenden wie kan

hun smart meten als hun Meester is in de handen zijner vijanden?

Maar die vijanden, d. w. z. de oudsten van Israël, de Farizeën, de overpriesters, de leden van het Sanhedrin, hebben die geen indruk van Hem? Zonder

Sluiten