Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paaschzaal, toen Hij van het begin zijns lijdens sprak als van het begin der heerlijkheid. „Van nu aan" wordt de vernederde verhoogd, en gij zelf zult het

doen, mannen van Israël het kruis zal zijn troon

wezen, waarom de volken zullen komen knielen „om Hem te zegenen en te aanbidden." „Van nu aan" draagt de verworpene een kroon, wel een kroon der smart, een van doornen, maar in het oog van hemel en aarde straks heerlijker dan de meest schitterende, fonkelende kroon. „Van nu aan" zult gij mijn kracht voelen, eerst in uwe conscientiën, die u geen rust meer zullen laten maar met hun bedreigingen u zullen vervolgen dag en nacht, dan in den ondergang van stad en tempel en uw volksbestaan, zoodat gij zult wenschen nooit uw vonnis te hebben uitgesproken. „Van nu aan" zult gij mijn heerlijkheid zien. In spijt van uw haat, zal de wereld Mij liefhebben. In spijt van uw verwerping zullen zondaren Mij aannemen en zal Ik mijn rijk op aarde bevestigen. In spijt van uw doodvonnis zal Ik de menschheid redden van den dood, Ik de Christus, — Ik de Zoon Gods, die weet van den Vader macht daartoe ontvangen te hebben, — Ik, die weerkeer tot de heerlijkheid, die Ik eenmaal had, maar om er nu mijn broederen in te doen deelen, — Ik die weet dat Ik eenmaal de wereld oordeelen zal, de wereld, als wier Zaligmaker Ik uit den hemel gekomen ben.

O, welk een groot en machtig geloof moet er toch in dien mensch Jezus gewoond hebben om zóó te kunnen getuigen: „van nu aan behoort de toe-

Sluiten