Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die buiten de stad kampeerden. Het wordt in Jeruzalems straten een onafzienbare menigte als een golvende zee, en alles verzamelt zich voor het verblijf van den landvoogd, het Romeinsche praetorium.

Tot voor den ingang heeft men den gevangene gebracht. Israëls oudsten treden niet met Hem binnen, want.... zij wilden zich met het oog op het Paaschfeest niet verontreinigen. Wie denkt hier niet onwillekeurig aan des Heeren woord van de „gepleisterde graven, van buiten schoon, van binnen vol onreinheid"?

De landvoogd treedt alzoo naar buiten, overziet die golvende menschenzee en den geheelen toestand met een enkelen blik, en vraagt: welke beschuldiging Israëls oudsten tegen dien gevangene inbrachten. Maar daar is het den Joden niet om te doen. Zij zijn hier niet om een proces uit te lokken; zij zijn hier niet als aanklagers, zij zijn hier als rechters van Israël, die al recht gesproken, al een vonnis geveld hebben. Zij willen enkel een bekrachtiging van dat vonnis van den landvoogd. Trotsch klinkt het antwoord: „als deze geen misdadiger ware, zouden wij Hem niet voor u gebracht hebben." Doch met dit antwoord krenken zij den trots van den Romein, die zich iets meer voelt dan uitvoerder van de besluiten van het Sanhedrin. Het is dan ook om hen hun afhankelijkheid te doen voelen dat Pilatus spreekt: „neemt gij hem dan, en oordeelt hem naar uwe wet" m. a. w. als het een zaak geldt uw godsdienst betreffende, waar ik niet in te oordeelen

Sluiten