Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik ben een Koning", waarin ligt opgesloten: lk wil ook uw Koning zijn!

Met zulke menschen als Pilatus komen des Heeren jongeren telkens in aanraking. En als zij dan een poging willen doen om hen tot andere gedachten te brengen, sprekende: „God wil toch, dat gij Hem dienen zult," dan kunnen zij het antwoord verwachten: God,... wie is God? waar is God? en hoe weet gij wat Hij van mij wil? En als zij dan zeggen: dat staat in den Bijbel, dan kunnen zij het antwoord verwachten: de Bijbel 1... die heeft voor mij geen gezag meer dan eenig ander boek ... dat boek vol fabelen, dat zich zelf telkens weerspreekt, lees ik niet; - ik heb er genoeg van gehoord en over gelezen, om er niet mee op te hebben. En dan denkt de jonger van Christus allicht: met dezen mensch is niets aan te vangen; want daar heb ik in het geheel geen punten van aanraking mee.

Zoo riep Pilatus ook eerst uit: „Ben ik een Jood?" m. a. w. wat weet ik van uw godsdienst! — die gaat mij niet aan — daar heb ik niet mee te maken. Maar Jezus liet hem niet los, liet hem voelen dat, zoo hij met Israëls godsdienst niet te maken wilde hebben, hij toch met Hem te maken moest hebben, en Jezus dwong hem om na te denken, sprekende: „lk ben een Koning '. Daar neme de Christen nota van, die met de kinderen der wereld in aanraking komt. Wanneer hij terug gewezen wordt met zijn geloof aan God en met zijn gezag van Gods Woord, dan

Sluiten