Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ezau, den goddelooze en die toch niet zonder ontroering telkens bespeurt, dat Hij met God te doen heeft.

Niet waar? gij herkent Herodes den overspeler, den zondaar, die Gods gebod met voeten trad en die toch gaarne luisterde naar den Dooper, waar deze hem dorst bestraffen, — die in menigerlei zijn raad volgde, alleen in het bedwingen van zijn lusten niet, — den man, die na zijn wreede daad bij waken en droomen door het spook van den vermoorden Johannes achtervolgd werd, — die, hoewel hij als Sadduceër niet aan de opstanding geloofde, (Luk. 9: 7—9 en 13:31) toch in zijn wroeging een tijd lang meende dat Jezus Johannes was, die weer uit de dooden was opgestaan en die nu Jezus trachtte te grijpen.

Ziedaar de man, die moet beoordeelen of Jezus Christus schuld heeft of niet; of Hij den dood verdient of niet. Ziedaar de man, tegenover wien wij den Lijder zien staan!

„Herodes werd zeer verblijd toen hij Jezus zag. ' Zoo lezen wij bij Mattheus. Wij kunnen onze oogen haast niet gelooven als wij dit lezen; maar dit begrijpen wij wel terstond, dat het niet de blijdschap is van den kranke, die den reddenden arts te zien krijgt, niet de blijdschap van den gevangene, die weet dat zijn bevrijder nadert, niet de blijdschap van den schipbreukeling, die de reddingsboot ziet naderen, niet de blijdschap van den zondaar, die voelt

Sluiten