Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik u niet kunnen zeggen, waar ik de schilderij zag.

Zouden de oogen van den zwijgenden Christus zoo niet op ons kunnen werken? Als daar oogenblikken zijn in ons leven, waarin het gaat om eenige beslissing, waar onze onsterfelijke ziel bij gemoeid is, waarvan het afhangt of zij schade of winst zal hebben, — oogenblikken, waarop allerlei beelden zich aan ons oog vertoonen, waaronder lokkende, vleiende gestalten met een sirenenzang op de lippen of anderen die ons vrees aanjagen. — Als wij stemmen hooren die fluisteren: kom, o, kom, ik heb voor uw vleesch verzadiging, voor uw ijdelheid een tooisel, voor uw traagheid een hoofdkussen, voor uw nalatigheid een prachtige verontschuldiging.... En als in die oogenblikken, tusschen al die beelden in, zich het hoofd van den Zwijger komt vertoonen, en bij al die stemmen zijn oog ons enkel maar komt aanzien wat

dunkt u, zullen wij dan ook iets voelen, zal dan dat zwijgende Godslam ons ook wat te zeggen hebben?

O, ik weet het, die blik zal ons doorboren en ons een blos naar de kaken jagen, en die zwijgende mond zal ons vragen: mensch, waarheen? Wat ben Ik u waard? Ben Ik niet uw Heiland, uw Koning? Hebt gij Mij niet eenmaal trouw beloofd? Wilt gij Mij dan verlaten voor een wereld, die vergaat, voor een lust, die den dood baart, voor een zonde, die u een vloek wordt? O als wij den moed, dentreurigen moed zouden hebben om te zeggen: weg toch zwijgend hoofd! — zie mij toch niet zoo aan o Jezus!... dan zouden wij Hem bittere smart en ons zelf groot

Sluiten