Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot op den weg van smaad en vernedering.... neen! Hij wil dat medelijden van Sions dochteren niet, dat, hoe goed ook bedoeld, voor Hem een miskenning is, Hij wil het niet voor zich zelf, maar ook niet om haar. Want door dat medelijden met Hem worden hare gedachten mogelijk afgeleid van haar zelf; en door die tranen om Hem zouden zij straks kunnen meenen haar deel van Israëls schuld te hebben uitgewischt en daardoor onschuldig te zijn aan het bloed des rechtvaardigen. En daarom keert Hij zich tot haar en spreekt, terwijl de doodenklacht althans in zijn nabijheid verstomt: „Gij dochters van Jeruzalem, weent niet om Mij, maar weent veeleer over u zelf; want ziet de tijd zal komen in welken men zeggen zal: Zalig zijn de onvruchtbaren, en de schooten, die niet gebaard hebben en de borsten, die niet gezoogd hebben. Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: valt op ons, en tot de heuvelen: bedekt ons. Want indien men dit doet aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden?"

Zoo spreekt de Kruisdrager, voor der menschen oog beladen met den vloek, in 's Vaders oog de Zoon des welbehagens; in menschengedachte een vernederde, die afgedaan heeft, in eigen hoog gestemd gevoel een held, die gaat in den laatsten strijd, waarvan Hij zeker en vast gelooft dat Hij er overwinnaar in blijven zal.

Zoo spreekt de Kruisdrager. En wat Hij dus niet vraagt voor zich zelf, dat geeft Hij aan haar, die om Hem weenen, zijn medelijden, zijn Goddelijk mede-

Sluiten