Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een reeks van de gewichtigste argumenten, die men tegen deze leer kan aanvoeren, uiterst beknopt, maar daarom niet minder treffend.

B a 11 z e r achtte dan ook, kort na het verschijnen, een verweer-schrift noodzakelijk, dat hij op zijn beurt — we moeten het erkennen — er gedeeltelijk heel goed afgebracht heeft. Later volgden de physiologen Justus v. Liebig, Karl v. Voit, Karl Ludwig, J a k o b M o 1 e s c h o 11, en anderen, die met meer of minder ijver en bekwaamheid, het Vegetariaat het recht van bestaan bestreden. Onder zijne verdedigers moeten we nog noemen de Leipzigsche professoren Bock en Reklam en de bekende populair-medische schrijver K 1 e n k e.

Op het publiek, voornamelijk op het beschaafde gedeelte, heeft de toetreding van den bekenden piiiiosoof E d u a r d v. Hartmann meer indruk gemaakt dan de betoogen der medici; hij heeft in zijne .Moderne Problemen", dit vraagstuk in't bijzonder besproken. In den jongsten tijd zijn nog twee geleerden van naam: de physioloog G. v. Bunge te Bazel, en de hygiënist F. H u e p p e te Praag, mede ter kampplaats verschenen.

HOOFDSTUK II.

De vegetarische litteratuur.

De vegetarische litteratuur hangt voor een groot deel nauw te zamen met de hierboven geschetste geschiedkundige ontwikkeling van het Vegetariaat. Als we de mededeelingen in de geschriften der leerlingen van Pythagoras over diens leefwijze niet meetellen, dan vinden we voor het eerst in de litteratuur melding gemaakt van het Vegetariaat, in de werken van den reeds even genoemden nieuw-platonischen, Latijnschen philosoof P o r p h y r i u s (223—304 n. Chr.), in zijn geschrift „De abstitinentia ab esu animalium" *); uit de ascetische ethiek van dit

*) Over de onthouding van dierlijk voedsel.

Sluiten