Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aangenomen dat het vooropgestelde juist is, moeten we erkennen, dat de gevolgtrekkingen logisch zijn.

Maar laten we dit vooropgestelde eens nader beschouwen:

1. Ten eerste is over de afstamming van den mensch van de apen, deze populair geworden theorie, nog lang niet het laatste woord gesproken; maar het is hier de plaats niet dezen strijd opnieuw te doen ontbranden. De Vegetariërs hebben in ieder geval juist ingezien, van hoe groot belang de Darwin-Hackelsche theorie voor hunne leer is; ze hebben zich met grooten ijver toegelegd op de studie van dit gebied der moderne wetenschap, waar zij anders niet veel aan hechten, zelfs niet aan feiten, die vaster staan en minder bestreden worden dan de Hackelsche hypothese. Voor de Vegetariërs is zij echter al een vaststaand feit, omdat zij hunne eigen theorie zoo krachtdadig steunt. Laten we nu eens voor een oogenblik aannemen, dat de Hackelsche theorie bewezen is, dat dus de op apen gelijkende voorvaderen der menschen vruchten-eters geweest zijn. Dan bewijst dit nog niets, voor den tegenwoordigen mensch. De bovengenoemde conclusies gelden niet meer, zoodra het genus Homo optreedt, dat noch in zijnen anatomischen bouw, noch in zijne individueele ontwikkeling iets identieks heeft met de apen. De kloof tusschen mensch en aap is te groot, dan dat men een voor het eene diersoort geldende conclusie, ook voor het andere kan trekken.

De navorschers der oergeschiedenis hebben, voor zoover ze doorgedrongen zijn in de duistere voorwereld, nog geen enkel bewijs gevonden, dat de oermensch zich op dezelfde wijze als de apen gevoed heeft. Men heeft bij het nauwkeurig doorzoeken der overblijfselen van het jongere steen-tijdperk (neolitische periode), van de Zwitsersche paal-woningen, noch van de Deensche Kjökkenmöddinger *), ook maar het kleinste graankorreltje of eenig ander overblijfsel van den landbouw gevonden. Ook de mensch uit het diluviale tijdperk was vleesch-eter, zoowel in de dalen bij Picardië, bij Taubach en bij Schlussenried, in de holen van het

*) Overblijfselen van keuken-gereedschap uit den vóór-historischen tijd.

(Vert.)

Sluiten