Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zwabische Ach-dal, bij Amiens, Périgord of elders. In de voorraadkamers dezer troglodyten (hol-bewoners) vindt men mammoet en neushoorn, haas en mol, zwanen en eenden, vinken en kraaien. Overal leveren de overblijfselen van de verdwenen woonplaatsen dezer oermenschen het bewijs, dat zij van jacht en vischvangst geleefd hebben. En de mensch uit het tertiare tijdperk? Over zijn bestaan wordt nog heftig gestreden. Al zouden de beroemde schedel uit het dal der Neander, het skelet van Spy, of de Pithecanthropus erectus van Dubois bewijzen, dat de mensch reeds voor het ijs-tijdperk op aarde leefde, zal toch bij geen verstandig onderzoeker in ernst het idee opkomen, dat deze oermensch op een hoogeren trap van beschaving stond, dan de mensch, die duizenden jaren na hem geleefd heeft. *) Want overal is de landbouw een teeken van den vooruitgang der menschelijke ontwikkeling. Nomadenvolken beoefenen geen landbouw, slechts volkstammen, die een blijvende woonplaats gekozen hebben, gemeenschappen, die grootere stukken blijvend in hun bezit hebben.

De plantaardige voeding, voornamelijk bestaande uit graankorrels, en de daaruit bereidde spijzen, behooren zonder twijfel eerst bij een latere ontwikkelingsperiode der menschheid. Uit het feit, dat onze oudste voorvaderen, voor zooverre zij menschen waren, vleesch-eters geweest zijn, volgt ook, wat bovendien uit vele andere vondsten gebleken is, dat de troglodyten reeds in het bezit der kookkunst waren. De kunst, het voedsel zooals de natuur het aanbiedt, in een anderen, smakelijker en vóór alles gemakkelijker te verteren vorm te brengen, is reeds de eerste stap in de ontwikkeling der menschheid, van den weg van het Vegetariaat af, al waren de oermenschen dan ook oorspronkelijk vruchten-eters geweest.

♦) Geheel onaannemelijk is de onderstelling, dat het bevriezen der aardkorst alle sporen van een vroeger menschenbestaan zou hebben vernietigd, daar er uit de laatste interglaciaal-periode die aan het laatste gletschertijdperk voorafging, nog zekere overblijfselen van dierlijk en menschelijk leven zijn gevonden.

Sluiten