Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kreeg. Daarom kunnen we ook geen waarde hechten aan dit onderzoek en zullen het hier niet mededeelen. Van grooter waarde zijn de waarnemingen van I. Hartman n in 1885, die zelf 224 dagen aan één stuk van plantaardig voedsel leefde, en die van Dr. Rutgers in 1888, aan zichzelf en zijne vrouw. De eerste lette alleen op het af-, of toenemen van het lichaamsgewicht en merkte dat dit afnam; D r. Rutgers nam ook den eiwit-omzet waar; maar niet volgens een goede methode, zoodat de verkregen resultaten geen maatstaf kunnen zijn voor ons vraagstuk.

Het eerste onderzoek van de stofwisseling bij vegetarische voeding, dat waarde heeft, hebben we te danken aan K a r 1 von Voit, den vader van de voedingsphysiologie, die in 1889 met zijne assistenten E. V o i t en Constantinidi, de voedingsbestanddeelen naging van den 28-jarigen behangersknecht G r u e n, die reeds 3 jaar lang zuiver vegetarisch geleefd had. Gedurende de drie proeven, respectievelijk van 6, 5, en 4 dagen, at de man zijne gewone kost, bestaande uit pompernikkel *), grahambrood, appelen, vijgen, dadels, oranjeappels en olie. Dit voedsel bestond per dag uit 54,2 gr. eiwit, 22.0 gr. vet en 557.0 gr. koolhydraten, en vertegenwoordigde een voedingwaarde van 2700 Calorieën **). Ze werden in het maag-darmkanaal slecht

*) Westfaalsch roggebrood (Vert.)

**) In ons lichaam opgenomen, verbinden zich de bestanddeelen van ons voedsel (d.z. eiwit, koolhydraten en vet) met een gas, dat door middel van de ademhaling aan ons lichaam wordt toegevoegd: de zuurstof. De beteekenis van dit „verbrandings"-proces is deze : dat eene bepaalde hoeveelheid warmte daarbij ontstaat, „vrij komt", zooals de technische term luidt, leder weet dit, die een gas-komfoor ontsteekt, d. w. z. het licht-gas zich met de zuurstof der lucht doet verbinden en de daarbij vrijkomende warmte gebruikt om water te verhitten. Nu leert ons de eenvoudige waarneming van een stoom-machine, dat wij in staat zijn, met die warmte arbeid van allerlei aard te verrichten, anders gezegd: dat warmte een vorm van „arbeids-vermogen" is, en dat arbeids-vermogen van elke soort in arbeids-vermogen van een andere soort kan worden omgezet; zoo bijv. warmte in beweging (stoommachine). Ten einde nu hoeveelheden warmte,

Sluiten