Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijzen toebereid leven, of aan de rijst etende Chineezen en Japanneezen, die allen minder geestelijken dan zwaren lichamelijken arbeid verrichten. Wij vinden in ons eigen vaderland voorbeelden genoeg, hoe brood en aardappels het hoofdvoedsel vormen van die volksklassen, die den zwaarsten spierarbeid te verrichten hebben.

De opperlieden en houthakkers, de sinid en de slotenmaker en nog vele andere typen der hard werkende arbeidersklasse, voelen zich op den duur gezond en in staat te werken, bij een zoodanige, overwegend plantaardige voeding, waarbij op zijn hoogst Zondags en bij feestelijke gelegenheden een vleeschspijs genuttigd wordt. In de groote steden eet de arbeider soms ook worst, kaas, eieren enz. Maar op het land zijn deze dierlijke voedingsmiddelen lekkernijen, die alleeri op groote feestdagen gegeten worden, en juist de landarbeider heeft minstens even zwaren, zoo niet zwaarder arbeid te verrichten dan de fabrieksarbeider.

Prof. Baeltz te Tokio, een der beste kenners en beoordeelaars van land en volk van Japan, heeft onlangs zijne waarnemingen, die de waarde hebben van een wetenschappelijk experiment, medegedeeld:

„Ik had twee wagen-trekkers, twee krachtige jonge mannen, een van 22, een van 25 jaar. Zij hadden jarenlang hetzelfde beroep uitgeoefend. Ik liet hun hun gewone voedsel, mat nauwkeurig wat zij aten en dronken en op de gewone manier stelde ik de chemische bestanddeelen van hun voedsel vast. Ze kregen een bepaalde taak. Ze moesten een man van 80 Kilo gedurende 3 weken dagelijks 40 K.M. aan één stuk trekken. Dit schijnt een moeilijke taak, maar het is minder dan waarvoor de lieden zich aanboden. Voor mijn doel was dit echter genoeg, want wij vinden een wandeling van 40 K.M. al iets bijzonders; maar een man van 80 Kilo op een zonnigen Augustusdag 40 K.M. voort te trekken, is meer, dan men gewoonlijk van ons verwacht. Zij behielden gedurende deze proef hun gewone voedsel; het vetgehalte daarvan bedroeg minder dan de helft van Voit's getal, terwijl het eiwit-gehalte tusschen 60 en 80pCt. van diens vereischte wisselde. De koolhydraten werden in buitengewoon groote hoeveelheden toegevoerd, in den vorm van rijst, aardappelen, gerst, kastanjes en andere, daar in zwang zijnde, voedingsmiddelen. Na 14 dagen woog ik hen. Het gewicht van den een was niet veranderd, de andere was een half pond toegenomen. Na deze

Sluiten