Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veertien dagen wilde ik hun vleesch geven. Ze waren erg dankbaar, want vleesch was voor hen weelde. Ik verving dus een deel der koolhydraten door een daarmee overeenkomende hoeveelheid eiwit, niet zooveel als V o i t noodig acht, maar toch tamelijk veel. Zij aten met smaak, maar na drie dagen kwamen ze bij me, om te vragen hun het vleesch na het einde van den proeftijd te geven, omdat zij niet meer zoo goed loopen konden als vroeger. Toen gaf ik hun tot het einde der proef weer hun gewone voedsel en het resultaat was hetzelfde gebleven. De een behield zijn gewicht misschien op 100 gr. na, de ander was iets minder dan een half pond toeogenomen.

fifkan u van nog grooter arbeid vertellen, verricht bij dezelfde voeding. Ik voer ! slechts aan, wat ik zelf gezien heb. Voor den weg van de hoofdstad Tokio naar Nikko — deze plaats ligt op een afstand van 110 K.M in het gebergte — had ik in den zomer met een rijtuig, waarvan de paarden 6 maal vernieuwd werden, werk van 's avonds 6 uur tot den volgenden ochtend 8 uur (er werd 's nachts gereden wegens de groote hitte) d. i. 14 uur. In hetzelfde oogenblik, dat wij uit Tokio wegreden, zag ik een Japannees in een Djinrikiska (draagstoel) zitten en vroeg hem waar hij heen moest; hij ging ook naar Nikko. Deze man werd door één mensch getrokken. Hij kwam een half uur na ons aan. Wij hadden zes maal van paarden verwisseld, deze eene Japanner had een volwassen landsman, die gemiddeld 54 Kilo weegt, 110 K.M. ver in draf getrokken gedurende 14J uur — bij uitsluitend plantaardige voeding I"

Wat volgt uit dit alles? Juist het feit, waaraan in medische kringen zoo dikwijls getwijfeld is, en dat zoo dikwijls bestreden is, n.1. dat hetmogelijk is bij vegetarische kost, een buitengewoon groote spierkracht te ontwikkelen, die niet achterstaat bij die der vleescheters, even goed als het mogelijk is het leven en het lichaamsgewicht er bij te behouden. Maar hiermede is nog niet bewezen, dat de vegetarische kost in dit opzicht de beste is, noch in betrekking tot de grootte, noch tot den duur der krachtsontwikkeling.

Dit wordt reeds hierdoor verklaard, dat de mensch als redelijk wezen door de energie van zijnen wil een grooten invloed uitoefent op de sterkte en den omvang van zijn arbeid, zoodaj deze zelfs van grooter beteekenis schijnt, dan de voedingswijze. |Voor de groote rij bezigheden, die de mensch bij zijn dagelijksch werk moet verrichten, komt het juist aan op de

Sluiten