Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Vegetariërs geven nergens meer blijk van hunne geestelijke kortzichtigheid, dan door niet de ethische motieven als de eenig geldende voor hunne leer te erkennen. Want geene meening is beter gegrondvest dan die, welke door een gebod der zedelijkheid gerechtvaardigd schijnt. De wetenschappelijke critiek heeft dus veel minder rekening te houden met de vele Vegetariërs, die uit een onbewust gevoel de overtuiging hebben, dat vleescheten zonde is, dan met de geestelijk hoogstaande mannen, als S h e 11 y, B a 11 z e r, T o 1 s t o ï, die in dit belangrijke vraagstuk niet luisteren naar de onzekere stem van hun geweten, maar die langs zuiver intellektueelen weg de overtuiging gekregen hebben, dat vleesc heten een vergrijpistegende geboden der zedelijkheid. Zij nemen het standpunt eener moraalphilosophie in, waarover wij ernstig praten kunnen. Vele wegen voeren naar Rome en ook naar een zedelijken levenswandel ; de menschen zijn het er tot nu toe nog niet over eens geworden, welke weg de beste is. In alle tijden, bij alle volkeren, heeft men een anderen maatstaf der zedelijkheid gehad.

De begrippen over goed en kwaad, recht en onrecht, hebben zich in den loop der ontwikkeling van het menschengeslacht meermalen gewijzigd en ook tegenwoordig verschillen hierover in de hoofdpunten de meeningen, zelfs der edelste en geestelijk het lioogststaande menschen. Elk mensch, die een begrip van zedelijkheid heeft, streeft er naar „goed te leven"; maar niet ieder stelt zijn ideaal zoo hoog als P y t h a g o r a s of T o 1stoï; niet iedereen heeft hetzelfde begrip van geluk en tevredenheid, waardigheid en onthouding.

De een wortelt met zijn denken en voelen in de zakelijke omstandigheden van het dagelijksch leven, de ander beweegt zich ver van de platgetreden paden der groote meerderheid. Daarom bestaat er ook g e e n e n k e 1 b e p a a 1 d e n duurzaam ideaal van zedelijkheid. Het is daarom ook zeer aanmatigend van de Vegetariërs, te meenen dat zij slechts in het bezit zijn van den alleen zaligmakenden steen der wijzen.

Het zou even dwaas van hen zijn, te willen ontkennen, dat er

Sluiten