Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de voeding is onredelijk, het hiervoor besteedde geid kon op andere wijze doelmatiger en beter besteed worden. De voeding der menschheid met plantaardig voedsel, is in de praktijk voor de volksmassa veel eenvoudiger, gemakkelijker en goedkooper; het kapitaal, dat bespaard kon worden door het afschaffen van den veeteelt en van het slachten, zou voor andere doeleinden voordeeliger tot heil van het volk aangewend kunnen worden, zoodra eens, door plantaardig voedsel, voldoende voor de volksvoeding gezorgd was. Het tegenwoordig algemeen uit den grond getrokken nut, geeft te weinig winst en kan belangrijk vermeerderd worden door uitbreiding van het landbouwbedrijf, hand in hand met de vermindering van den veeteelt.

Het grondbeginsel van de vegetarische staathuishoudkunde heeft B a 11 z e r uitgedrukt in het gezegde: „Critiek van verbruik en productie," dat in den jongsten tijd door zijne vrienden weer voor den dag gehaald is, en ijverig gebruikt wordt, hoewel het in de wetenschappelijke taal der staathuishoudkundigen nauwelijks bekend is. De „Critiek van het verbruik" slaat natuurlijk op het vleeschverbruik. Baltzer heeft het in zijn tijd voor Europa op 1520 millioen thaler*) berekend.

„Wanneer dit vleesch door brood vervangen werd, kon er dadelijk, nog afgezien van alle andere voordeelen, meer dan een milliard worden uitgespaard, wat voor duizend andere en schoonere doeleinden bestemd kon worden."

Doch de kern van de vegetarische leer der staathuishoudkunde ligt in de volgende woorden van Baltzer opgesloten:

„Een pond best ossevleesch bevat ongeveer 77 deelen water, 16 deelen eiwit, 10 deelen vet; een pond boonen bevat daarentegen slechts 10 deelen water, maar 26-27 deelen voedingsstof, 2,1 vet en 50 deelen vetvormende bestanddeelen. Een pond boonen heeft dus meer voedingswaarde dan een pond ossevleesch (26-27 tegen 16 deelen), en heeft ook meer verbrandingswaarde, want deze staat tot de voedingsstoffen (10 deelen vet =24 deelen zetmeel gerekend) bij boonen ongeveer als 2:1 (50:26-27) bij ossevleesch als li: 1 (16:10).

Waarom beginnen wij dus met boonen in ossevleesch te veranderen om

•) Een thaler — ƒ 180.

Sluiten