Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij, die hij door nadenkende menschen heeft hooren roemen als koningin der wetenschappen, en leidsvrouw door het leven, allicht in een leemte zou kunnen voorzien, die hij in zijn eigen denken en werken bespeurt, en ook bij zijnsgelijken meent op te merken. Al ware het dat zij, als zooveel in deze wereld, steeds onvolmaakt moest blijven, hij vermoedt dat althans hare toenadering tot zekeren gedachten standaard eene eerste voorwaarde zou kunnen zijn voor de gezonde ontwikkeling van ons geslacht. Het lijdelijk voortleven, onder de macht van overleveringen en tijdsomstandigheden, met hare hulp te boven te komen, zelfstandiger te worden in zijne overtuigingen en handelingen, is hem de inspanning zijner beste krachten waard. Daarom verlangt hij nader te vernemen, in welke richting het doel, dat hij zoo gaarne als het hare en het zijne tevens beschouwen zou, gelegen is, en welke de middelen zijn om het naar den eisch te vervolgen.

De vraag: Wat is de wijsbegeerte? ontstaat dus in minstens tweeërlei verband van gedachten. Ilare bedoeling zoowel als het antwoord dat op haar past, kan niet voor de beide klassen van belangstellende toeschouwers en aanstaande deelnemers eenzelvig zijn. Intusschen, wie zich voorstelt zelf te philosopheeren, zal zich — ten minste in den beginne — wenschen te verstaan met de wijsbegeerte die buiten zijn toedoen reeds aanwezig is; en wie deze laatste eenvoudig in oogenschouw wil nemen, zal toch het best worden ingelicht door wie met de zaak, en hen die hun naam daarmede verbonden hebben, oprecht zijn ingenomen. Zoo zal dan eene inleiding als deze hun beiden meest van dienst zijn, wanneer zij de (bestaande en erkende) wijsbegeerte naar waarheid tracht te kenschetsen, in plaats van zich te beperken tot de wijsgeerige zienswijze van den

Sluiten