Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij die redenen niet bijeen heeft, stoort zij zich aan geen verzet, of zij zou hare natuurlijke roeping verzaken.

5de Hoofdstuk: De theorie der kennis.

Terwijl zij hare pogingen voortzet om tot de éene theorie van alwat zich voordoet te komen, wordt de aandacht van haren beoefenaar meer en meer getrokken door het werk-zelf dat hem bezig houdt. Hij leert, onder de schepselen die het heelal uitmaken, zich en zijnsgelijken opmerken als dezulke die niet slechts aanwezig en in allerlei voorvallen betrokken zijn, maar ook gewaarworden en overdenken. In welke betrekking staat dat bizondere bestaan tot het algemeene, waarvan het eene of andere afbeelding in gedachten schijnt te willen tot stand brengen ? Gaat hij in deze richting door, dan treft het hem alverder, dat hij in staat is, aldus zichzelven als een denkend wezen gade te slaan. Hij vindt op den duur geen grond om aan te nemen, dat hij, toegerust met eenig orgaan van onmiddellijke kennisneming, als het wa» boven de wereld zweeft, en nu te midden daarvan onder anderen een tweede exemplaar van zichzelven aantreft, bezig met op veel omslachtiger wijze, door een geheel andere soort van kenvermogen, van lieverlede verschijnselen waar te nemen en verklaringen te verzinnen. Integendeel, hij kent zichzelven niet anders dan als dat laatste wezen, en het bestaan en de hoedanigheid der wereld, ook die van hemzelven, niet anders dan uit gewaarwordingen die hem achtereenvolgens afzonderlijk toevloeien. Zijne blijkbare gesteldheid is die van een „iemand", een subject of geest, die zich een wereld van denkbeelden vormt, tegenover een menigte van „verschijnselen" die zich aan hem opdringen, en in aansluiting aan welke het tafereel eener wereld van dingen, hemzelven daaronder begrepen,

Sluiten