Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog uitzag naar een dieperen grond van regelmaat, dan de grondwet der wereld-zelve, en naar voorsvaarden, ouder dan elk bestaan, waaraan alwat op eenig bestaan aanspraak maakte, vooraf gehouden was zich te onderwerpen. Van zulk een orde en zulke voorwaarden, nog buiten verband met de natuur van eenig werkelijk wezen, laat zich geen denkbeeld vormen. Men heeft wel gemeend, hier iets te winnen door de voorstelling van den wereldschepper, die in een ander verband van gedachten hare waarde heeft; dan zouden die oudere orde en voorwaarden, waarvan de orde en de eerste feiten der wereld afhingen, inderdaad de uitdrukking zijn van de natuur van een bestaan oorspronkelijker dan dat der wereld. En waarom niet? zoo slechts het bezwaar van daareven zoodoende werd weggenomen. Doch dit doel zou niet bereikt zijn, maar het vraagteeken werd eenvoudig verplaatst. Nog altijd bleef onverklaard, waarom juist een wereldschepper met deze eigenschappen en bedoelingen aanwezig moest zijn, veeleer dan een ander wezen, dat zichzelven genoeg was en niet den wil of de middelen had om een wereld als deze voort te brengen, — of misschien een veelheid van wezens, die naast elkander voortbestonden zonder ooit met elkaar in verbinding te treden en een heelal te vormen, — of zelfs een eeuwig onvruchtbaar Niet? Immers waarom (dus zou men gedrongen zijn te vragen) behoeft er iets hoegenaamd te bestaan ? En de zinledigheid van dit laatste springt in het oog; want met „waarom" vragen wij steeds naar een bestaand iets, waardoor het bestaan van iets anders begrijpelijk wordt.

Zoo stuit dan elke theorie ten slotte op een oorspronkelijk Zijn, van welks aanwezen elke nadere verklaring zinledig wordt. Het zijn eenvoudig feiten, dat (i°.) deze orde van

Sluiten