Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terugwenden tot een vroegere opvatting van de norm, die wij, door drogredenen verblind, te kwader ure hadden opgegeven. Kunnen wij, na zulke ervaringen, deze geheele wijze van beschouwen ter zijde stellen? De poging daaatoe verbiedt zichzelve. Want niet alleen dat de nieuwe maatstaf ons beter aanstaat dan de vorige; veeleer zal hij ons eigen werk, en wat ons nog verder lief was, dikwijls in onze achting doen dalen. Maar de geldigheid van een norm zelfs tegen onze voorkeur in, omdat zij beter met de geheele strekking van ons denken strookt, anders gezegd, redelijker is dan elke andere die wij vermogen te ontwerpen, treft ons telkens weer als een gegeven waarop niet valt af te dingen.

Allerminst zijn wij bij machte de norm der waarheid te laten varen, waaraan denkbeelden van het bestaande, en alwat op die denkbeelden berust, behooren te voldoen. Zelts wie zich sterk maakt, de onderscheiding tusschen ware en valsche denkbeelden als vooroordeel of eenzijdige beschouwing te verwerpen, houdt het gevoelen dat hij bestrijdt wel voor zeer natuurlijk, en in zekere gevallen onvermijdelijk, maar toch voor minder waar, en daarom vai; mindere waarde dan het zijne, en rekent op den bijval van eiken bevoegden, — d. i. alweder normalen, — rechter, voor wien hij zijne redenen uiteenzet. Zelfs kan men zeggen dat elk die iets beweert, daarmede te kennen geeft dat het onderwerp van zijn beweren aldus behoort te worden voorgesteld. Het gelukt niet, zich van het denkbeeld van „behooren" los te maken '), al toont men ons

O Jcremy Bentham (f 1832), die in zijne Deontology (1.10) niettegenstaande dien titel niet van „plichten" hooren wil, en in het woord-zelf iets stuitends vindt, die (ib. 31) het woord „ouglu" brandmerkt als een „authoritative imposture", kan toch niet nalaten

Sluiten