Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vergund is iets verder te zien, neemt van zulke stelsels kennis als van historische verschijnselen, waaruit voor hem dikwijls veel te leeren valt, doch niet als van een werk dat hij eenvoudig heeft voort te zetten. Tegenover die voortbrengselen staat „de wijsbegeerte" ook niet als een geslacht tegenover zijne soorten, — hoewel niets verbiedt, op zijn pas van zulk een geslacht te spreken, — maar zij beoogt, waar dergelijke nog alleen voorhanden zijn, een hervorming en verbetering, een werkzaamheid op hoogeren trap, waarbij de verschillende grondslagen, door deze en gene partijen aanvaard, zelve voorwerpen van onderzoek worden, en eerst voor hetgeen bij niemand twijfel lijdt, wordt stilgestaan.

Men heeft dezen eisch, om zich van al het betwijfelbare los te maken, reeds den Cartesianen der zeventiende eeuw zeer euvel geduid, en ook in de onze meenen af te weren met de herinnering, dat niemand zonder grondstellingen besluiten trekken kan, of, dat de keten der bewijsvoering aan eenig vast punt dient te zijn opgehangen. Dit is intusschen, zoo in het algemeen genomen, de vraag niet, maar wel in elk bizonder geval, of een of ander punt, dat men ons daarvoor aanprijst, wel de noodige vastheid heeft; of deze en gene stelling, die naar men zegt een onmisbare grondstelling zou zijn, niet veeleer een willekeurig aangenomene verdient te heeten? Maar al te dikwijlswordt de behoefte aan een beginsel waarop wij ons mogen verlaten, het voorwendsel om onder dien titel ingang te doen vinden hetgeen ons lief kan zijn enkel door gewoonte, of ter wille van wat wij houden voor ons waar belang. Het komt er veeleer op aan, niet (zooals menigeen vreest) allen bodem onder onze voeten weg te nemen, maar den onzen zoo vast als het kan te kiezen, en steeds

Sluiten